Etiket van een supplement lezen: waar moet je echt op letten?
Share
Een supplementenetiket is in de eerste plaats een juridisch document en pas daarna een verkoopmiddel. Vrijwel alles wat er verplicht op staat, ligt vast in Europese regelgeving: welke woorden er moeten staan, hoe de hoeveelheden berekend worden en welke beweringen verboden zijn.1 Toch lezen de meeste mensen alleen de voorkant, en juist daar staat de minste bruikbare informatie.
Wat staat er nu precies op het etiket van een voedingssupplement, en welke onderdelen bepalen of je een goed of een slecht product in handen hebt?
Het korte antwoord: draai de verpakking om en lees drie dingen — de hoeveelheid werkzame stof per aanbevolen dagportie, de ingrediëntenlijst en de chemische vorm waarin een stof zit. Die drie samen vertellen je bijna alles. De voorkant vertelt je vooral wat de marketingafdeling wilde zeggen.
Wat moet er wettelijk op een supplementenetiket staan?
Voedingssupplementen vallen in de hele EU onder Richtlijn 2002/46/EG. Die schrijft een vaste set vermeldingen voor; een etiket dat er één mist, is niet in orde.1
- De verkoopbenaming is letterlijk voedingssupplement.
- De namen van de categorieën nutriënten die het product kenmerken.
- De aanbevolen dagelijkse portie, plus een waarschuwing die niet te overschrijden.
- De mededeling dat een supplement geen vervanging is voor gevarieerde voeding.
- De mededeling dat het buiten bereik van jonge kinderen bewaard moet worden.
Daarnaast geldt de algemene etiketteringsverordening. Die eist een ingrediëntenlijst in afnemende volgorde van gewicht en verbiedt informatie die misleidt over samenstelling of hoeveelheid.2 Het meeste wat je nodig hebt staat er dus verplicht op. Je moet alleen weten waar je kijkt.
Kijk naar de hoeveelheid per dagportie, niet per capsule
De wet schrijft voor dat hoeveelheden in getallen worden vermeld per portie zoals aanbevolen voor dagelijkse consumptie, en daarnaast als percentage van de referentiewaarden.1 Daar zit meteen de valkuil: een indrukwekkende tabel kan slaan op vier capsules per dag.
- Zoek eerst de aanbevolen dagportie: één capsule, twee, of een schep van 12 gram?
- Deel de inhoud door die dagportie — dat is het werkelijke aantal dagen per pot.
- Reken de prijs per dag uit, niet per pot. Pas dan vergelijk je eerlijk.
Een tweede punt gaat vaak mis: bij mineralen telt alleen het elementaire gehalte, het gewicht van het mineraal zelf en niet van de hele verbinding. "1000 mg magnesiumbisglycinaat" is geen 1000 mg magnesium; het grootste deel van dat gewicht is het aminozuur waaraan het mineraal gebonden zit. De nutriëntentabel vermeldt het elementaire gehalte, de ingrediëntenlijst mag de hele verbinding noemen. Vergelijk dus tabel met tabel.
De ingrediëntenlijst: volgorde, vorm en vulstoffen
Omdat ingrediënten op gewicht gerangschikt staan, is de volgorde zelf al informatie.2 Staat een vulmiddel bovenaan en het werkzame ingrediënt onderaan, dan weet je genoeg zonder één getal te lezen.
Belangrijker is de vorm: dezelfde stof komt in verschillende chemische verbindingen, en die verschillen in opname. Twee voorbeelden uit gecontroleerd onderzoek:
- In een gerandomiseerde cross-overstudie bij twintig gezonde mannen gaf magnesiumcitraat een hogere 24-uurs uitscheiding in de urine dan magnesiumoxide (7,2 tegen 6,7 mmol) en hogere serumwaarden in de uren na inname. Statistisch significant, maar in absolute zin een bescheiden verschil.5
- Een meta-analyse van zeven gerandomiseerde studies vond dat vitamine D3 de bloedwaarde 25-hydroxyvitamine D (de standaardmaat voor je vitamine D-status) sterker verhoogt dan D2. Dat effect was duidelijk bij grote stootdoseringen, maar bij dagelijkse inname niet significant.6
Onderaan staan meestal de hulpstoffen. Die hebben een slechtere reputatie dan het onderzoek steunt: magnesiumzouten van vetzuren (E 470b, in de volksmond magnesiumstearaat) werden door de EFSA opnieuw beoordeeld, die geen numerieke ADI nodig achtte en bij de gerapporteerde gebruiksniveaus geen veiligheidszorg zag.7 Een korte ingrediëntenlijst is prettig, maar op zichzelf geen kwaliteitskenmerk — zie ook wat "schone" supplementen werkelijk betekenen en wat bekend is over de zoetstof acesulfaam-K.
RI-percentages en bovengrenzen: wat die getallen zeggen
Naast elke hoeveelheid staat een percentage RI (referentie-inname, in het Engels NRV), berekend op vaste Europese referentiewaarden: 5 µg voor vitamine D, 375 mg voor magnesium, 80 mg voor vitamine C, 10 mg voor zink, 55 µg voor selenium.2
Twee misverstanden zijn hardnekkig. De RI is een etiketteringsgetal om producten vergelijkbaar te maken, geen persoonlijk advies. En een hoger percentage is niet automatisch beter: boven een bepaald punt levert extra inname niets meer op en nadert het de veilige bovengrens.
Die bovengrens (de tolerable upper intake level: de hoogste chronische dagelijkse inname waarbij geen nadelige effecten worden verwacht) staat voor volwassenen onder meer op 100 µg voor vitamine D, 250 mg voor magnesium uit supplementen, 25 mg voor zink, 12 mg voor vitamine B6 en 1000 µg voor foliumzuur.4 Een etiket met 2000% RI is dus vooral een reden om te rekenen. Voor vitamine D staat dat uitgewerkt in dit artikel over de dagelijkse behoefte. Opvallend genoeg heeft de EU nooit geharmoniseerde maximumgehaltes vastgesteld; de Europese Commissie erkent dat er nog geen voorstel ligt.3
Wat een etiket niet mag beloven, en wat het je niet vertelt
Richtlijn 2002/46/EG verbiedt expliciet om aan een supplement de eigenschap toe te schrijven dat het een ziekte voorkomt, behandelt of geneest.1 Daarbovenop moet elke gezondheidsclaim afzonderlijk zijn goedgekeurd: de EFSA publiceerde 341 opinies over 2758 "general function"-claims uit een aanmelding van 4637, terwijl zo'n 1548 claims over plantaardige ingrediënten op de lange baan werden geschoven en nog altijd "on hold" staan.8 Dat verklaart waarom bij kruidenextracten vaak een vage formulering staat en bij vitamines een strak geformuleerde standaardzin.
En dan het ongemakkelijke deel: een etiket is een bewering van de fabrikant, geen analysecertificaat. In een analyse van 57 sportsupplementen met plantaardige ingrediënten bevatte slechts 11 procent een hoeveelheid binnen 10 procent van de vermelde waarde; 40 procent bevatte geen meetbare hoeveelheid van het geclaimde ingrediënt en zeven producten bevatten door de FDA verboden stoffen.9 Een overzichtsartikel over dopingovertredingen vat samen dat in een IOC-studie uit 2004 vijftien procent van 634 supplementen verontreinigd was met anabole steroïden, en dat latere overzichten twaalf tot achtenvijftig procent rapporteren.10 Dat zijn internationale marktgegevens, geen Nederlandse cijfers — maar het punt staat: het etiket zelf bewijst niets.
Waar je op let bij het kiezen van een supplement
- Volledige dosering per ingrediënt. Een verzamelnaam waaronder meerdere stoffen schuilgaan zonder aparte hoeveelheden maakt vergelijken onmogelijk.
- Hoeveelheid per dagportie herleidbaar. Reken door naar prijs per dag voordat je vergelijkt.
- Elementair gehalte bij mineralen. Vergelijk het mineraal, niet het gewicht van de verbinding.
- De vorm staat er expliciet bij. "Magnesium" zegt niets, "magnesiumbisglycinaat" wel. Hetzelfde geldt voor D3 tegenover D2.
- Dosering in verhouding tot de bovengrens. Een extreem hoog RI-percentage is een reden tot nadenken, geen verkoopargument.
- Onafhankelijke controle. Voor sporters het zwaarste criterium: USADA beveelt certificering door een derde partij aan, waarbij naast laboratoriumtesten ook de productie en de juistheid van het etiket worden gecontroleerd — met de kanttekening dat dit het risico sterk verkleint maar niet wegneemt.11
EBP 2.0
Pre-workout is de productgroep waar verzamelnamen zonder aparte doseringen het vaakst voorkomen. Op het etiket van EBP 2.0 staat elk ingrediënt met een eigen hoeveelheid, zodat je de criteria uit dit artikel er zelf op kunt toepassen.
Bekijk het etiketConclusie: waar moet je echt op letten bij een supplementenetiket?
Een etiket lezen kost dertig seconden zodra je weet welke velden ertoe doen. De verplichte vermeldingen staan er toch al; de kunst is de voorkant te negeren.
- Dagportie, hoeveelheid en vorm zijn de drie velden die het verschil maken. De rest is opmaak.
- Een hoger RI-percentage is geen beter product. Vergelijk met de bovengrens, niet met de concurrent.
- Het verschil tussen "betere" vormen is vaak kleiner dan de prijs suggereert. Bij magnesium was het voordeel van citraat boven oxide aantoonbaar maar bescheiden, en bij dagelijkse vitamine D-inname was D3 niet significant beter dan D2. Een goedkoper product met een eerlijk etiket kan prima voldoen.
- Het etiket is een bewering, geen bewijs. Wie zekerheid wil over wat er werkelijk in zit, is aangewezen op onafhankelijke analyse.
Een uitgewerkt voorbeeld van dezelfde manier van lezen staat in het overzicht van pre-workout-ingrediënten.
Bronnen
- Europees Parlement en de Raad (2002). Richtlijn 2002/46/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (art. 6 en 8). Publicatieblad L 183.
- Europees Parlement en de Raad (2011). Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (art. 7 en 18, bijlage XIII). Publicatieblad L 304.
- Europese Commissie (2026). Food supplements. Directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid.
- European Food Safety Authority (2025). Overview on Tolerable Upper Intake Levels as derived by the Scientific Committee on Food (SCF) and the EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies (NDA), versie 11. EFSA.
- Kappeler, D. et al. (2017). Higher bioavailability of magnesium citrate as compared to magnesium oxide shown by evaluation of urinary excretion and serum levels after single-dose administration in a randomized cross-over study. BMC Nutrition, 3:7.
- Tripkovic, L. et al. (2012). Comparison of vitamin D2 and vitamin D3 supplementation in raising serum 25-hydroxyvitamin D status: a systematic review and meta-analysis. The American Journal of Clinical Nutrition, 95(6), 1357–1364.
- EFSA Panel on Food Additives and Nutrient Sources added to Food (2018). Re-evaluation of sodium, potassium and calcium salts of fatty acids (E 470a) and magnesium salts of fatty acids (E 470b) as food additives. EFSA Journal, 16(3):5180.
- European Food Safety Authority. Health claims (art. 13) — general function health claims onder Verordening (EG) nr. 1924/2006. EFSA.
- Cohen, P.A., Avula, B., Katragunta, K., Travis, J.C. & Khan, I. (2023). Presence and Quantity of Botanical Ingredients With Purported Performance-Enhancing Properties in Sports Supplements. JAMA Network Open, 6(7).
- Lauritzen, F. (2022). Dietary Supplements as a Major Cause of Anti-doping Rule Violations. Frontiers in Sports and Active Living, 4.
- U.S. Anti-Doping Agency (2026). Reduce Your Supplement Risk with NSF Certified for Sport. USADA.
